Gewijzigde ESRS uitgelegd: wat is veranderd en wat bedrijven moeten rapporteren voor 2026

January 8, 2026
10
min lezen

Disclaimer: New EUDR developments - December 2025

In November 2025, the European Parliament and Council backed key changes to the EU Deforestation Regulation (EUDR), including a 12‑month enforcement delay and simplified obligations based on company size and supply chain role.

Key changes proposed:

  • New enforcement timeline: 30 December 2026 for large/medium operators, 30 June 2027 for small/micro operators
  • Simplified DDS: One-time declarations for small and micro primary producers
  • Narrowed scope: Most downstream actors and non‑SME traders would no longer need to submit DDSs
  • New DDS requirement: Estimated annual quantity of regulated products must be included

These updates are not yet legally binding. A final text will be confirmed through trilogue negotiations and formal publication in the EU’s Official Journal. Until then, the current EUDR regulation and deadlines remain in force.

We continue to monitor developments and will update all guidance as the final law is adopted.

Disclaimer: 2026 Omnibus changes to CSRD and ESRS

In December 2025, the European Parliament approved the Omnibus I package, introducing changes to CSRD scope, timelines and related reporting requirements.

As a result, parts of this article may no longer fully reflect the latest regulatory position. We are currently reviewing and updating our CSRD and ESRS content to align with the new rules.

Key changes include:

  • A narrowed CSRD scope, now limited to companies with 1,000+ employees and €450m turnover
  • Delays to CSRD reporting timelines, with wave 2 and 3 reports pushed to 2028/2029 in most cases
  • Simplification of ESRS datapoints

We continue to monitor regulatory developments closely and will update this article as further guidance and implementation details are confirmed.

Kernpunten
  • Gewijzigde ESRS zet materialiteit centraal; duidelijker criteria en top-down beoordeling.
  • Minder verplichte datapunten; eenvoudiger narratieven in alle normen.
  • Nieuwe verlichtingen: meer schattingen toegestaan; minder waardeketendata vereist.
  • Coolset helpt ESRS toepassen, dataverzameling stroomlijnen en CSRD-compliance borgen.

De Europese duurzaamheidsrapportagestandaarden (ESRS) gaan een nieuwe fase in. Eind november 2025 heeft EFRAG een vereenvoudigde, herwerkte set van 'Gewijzigde ESRS' ingediend bij de Europese Commissie, waarbij verplichte datapunten met 61% zijn verminderd als reactie op het Omnibus I-voorstel.

Deze gewijzigde normen gaan nu naar het gedelegeerde handelingenproces van de Commissie, gevolgd door een feedbackperiode van een maand, voordat ze EU-wetgeving worden. In dit stadium wordt niet verwacht dat de Commissie de normen heropent, maar ze kan nog steeds gerichte aanpassingen doorvoeren, vooral waar ESRS-fase-ins overlappen met het lopende debat over de toekomstige reikwijdte van de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). 

De volgende veranderingen op hoog niveau zijn een integraal onderdeel geworden van de nieuwe ESRS:

  • Een gestroomlijnde dubbele materialiteitsanalyse gericht op "wat echt belangrijk is"
  • Nauwere afstemming met IFRS S1 en S2 over transitieplannen, financiële effecten en scenarioanalyse
  • Expliciete afstemming met het Greenhouse Gas Protocol
  • Meer flexibiliteit in hoe bedrijven schattingen en geaggregeerde informatie gebruiken
  • Sterkere nadruk op eerlijke presentatie in plaats van verplichte verhalende checklists

Tegelijkertijd worden verschillende openbaarmakingen explicieter. Microplastics komen uit de schaduw in ESRS E2. Adequate lonen zijn nu verankerd in ILO-principes voor een leefbaar loon. Mensenrechtenbeleid wordt cross-cutting in plaats van gescheiden. En klimaattransitieplannen, hoewel nog steeds niet vereist, moeten duidelijk worden beschreven of expliciet worden erkend als ontbrekend.

Het factsheet van EFRAG versterkt de bredere intentie: kortere normen, duidelijkere taal, lichtere rapportagelast en soepelere interoperabiliteit met ISSB.

Voor bedrijven die zich voorbereiden op hun volgende CSRD-cyclus is deze update significant. De regels worden op papier eenvoudiger, maar de verwachtingen worden scherper. De Gewijzigde ESRS vragen om minder datapunten, maar beter oordeel. Dit artikel legt uit wat er is veranderd, wat niet, en wat het betekent voor je rapportagestrategie in 2026 en daarna.

{{custom-cta}}

Wat is er eigenlijk veranderd? Overzicht van het Gewijzigde ESRS-pakket

De Gewijzigde ESRS introduceren een herziene structuur, een kleinere set verplichte openbaarmakingen en duidelijkere richtlijnen over hoe bedrijven duurzaamheidsrapportage onder de CSRD moeten benaderen. De update weerspiegelt feedback van eerste golf rapporteurs en is bedoeld om een werkbaarder kader te bieden, terwijl de oorspronkelijke doelstellingen van de ESRS behouden blijven.

De belangrijkste thema's in het pakket zijn:

  • Een gestroomlijnde dubbele materialiteitsanalyse

De DMA staat nu een top-down benadering toe, eenvoudigere aggregatiekeuzes en een duidelijker onderscheid tussen materiële en niet-materiële onderwerpen. Verschillende definities en beoordelingsstappen zijn verduidelijkt om ambiguïteit te verminderen.

  • Minder datapunten en duidelijkere taal

Verplichte datapunten zijn met 61% verminderd en alle vrijwillige datapunten zijn verwijderd. Narratieven die eerder gedetailleerde checklists vereisten, zijn vervangen door kortere en meer op principes gebaseerde instructies.

  • Meer proportionaliteit en praktische verlichting

Bedrijven kunnen schattingen breder gebruiken en mogen vertrouwen op redelijke en onderbouwde informatie die beschikbaar is zonder buitensporige kosten of inspanning. Aanvullende verlichting betreft waardeketen data, verwachte financiële effecten en de timing van acquisities en desinvesteringen.

  • Verbeterde interoperabiliteit met mondiale kaders

De herziening brengt de ESRS dichter bij IFRS S1, IFRS S2 en het Greenhouse Gas Protocol. Formulering en structuur zijn aangepast om overlap voor bedrijven die onder meerdere kaders rapporteren te verminderen.

  • Een duidelijkere rol voor eerlijke presentatie en verbonden informatie

De normen benadrukken dat bedrijven een volledige en evenwichtige duurzaamheidsverklaring moeten geven die hun specifieke situatie weerspiegelt. Ze staan ook het gebruik van bijlagen, kruisverwijzingen en verbonden informatie toe om duidelijkheid te verbeteren en duplicatie te verminderen.

Over het geheel genomen verminderen de Gewijzigde ESRS het volume van voorgeschreven openbaarmakingen (met 61%) en leggen ze meer nadruk op relevantie, materialiteit en consistentie in de duurzaamheidsverklaring.

Voorbereiden op CSRD-rapportage onder Gewijzigde ESRS

Rapporteren onder de gewijzigde ESRS in 2026 vereist een meer doordachte en gestructureerde aanpak dan voorheen. De focus verschuift van het invullen van uitgebreide openbaarmakingslijsten naar het correct toepassen van de normen.

Belangrijke stappen die bedrijven moeten volgen:

1. Begin met een duidelijk beeld van wat binnen de scope valt

Stel eerst vast welke ESRS-normen en datapunten van toepassing blijven onder de gewijzigde ESRS. Bestaande rapportagestructuren op basis van eerdere versies mogen niet zonder beoordeling worden hergebruikt, omdat ze mogelijk openbaarmakingen bevatten die niet langer vereist zijn.

3. Pas het herziene onderscheid tussen openbaarmakingstypen toe

De gewijzigde ESRS maken duidelijker onderscheid tussen verplichte openbaarmakingen, voorwaardelijke openbaarmakingen en die welke afhankelijk zijn van materialiteitsuitkomsten. Bedrijven moeten expliciet identificeren in welke categorie elke openbaarmaking valt voordat ze rapporteren.

4. Bereid dubbele materialiteit voor met behulp van het vereenvoudigde kader

Dubbele materialiteit blijft het uitgangspunt voor ESRS-rapportage. Het vereenvoudigde kader staat een meer pragmatische, top-down benadering toe, maar materialiteitsconclusies moeten nog steeds duidelijk worden onderbouwd en gedocumenteerd.

5. Focus op relevantie in plaats van volledigheid

Probeer te voorkomen dat je te gedetailleerd of defensief rapporteert. We raden aan om de neiging te weerstaan om datapunten te onthullen simpelweg omdat ze in eerdere ESRS-versies bestonden en in plaats daarvan openbaarmakingen af te stemmen op de gewijzigde vereisten.

6. Herzie en ruim bestaande openbaarmakingen op

Verwijder voor het opstellen van de duurzaamheidsverklaring verouderde datapunten en narratieven die niet langer van toepassing zijn. Dit helpt het rapportagevolume te verminderen en de duidelijkheid te verbeteren.

Om dit proces te ondersteunen, kan een geconsolideerd overzicht van alle gewijzigde ESRS-datapunten teams helpen te begrijpen wat van toepassing blijft en hoe de vereisten zijn gestructureerd.

Toegang tot het ESRS 2026 spiekbriefje hier.


Uiteenzetting van kern-ESRS-normen: Algemene en verplichte openbaarmakingen (ESRS 1 & 2)

ESRS 1: Algemene vereisten 

ESRS 1 legt de basis voor hoe een bedrijf bepaalt wat in zijn duurzaamheidsverklaring thuishoort. De gewijzigde versie stroomlijnt dit proces en geeft bedrijven duidelijkere beslissingspunten. De belangrijkste hoogtepunten zijn:

  • Materialiteit als de primaire filter voor alle openbaarmakingen
  • Optionele top-down benadering om onderwerpen te beoordelen
  • Flexibele aggregatie en geografische grenzen
  • Ruimer gebruik van schattingen wanneer gegevens niet zonder buitensporige kosten of inspanning kunnen worden verkregen
  • Mogelijkheid om niet-materiële openbaarmakingsvereisten weg te laten
  • Sterkere nadruk op eerlijke presentatie en duidelijkere verhalende verwachtingen

Materialiteit vormt nu het hele rapportageproces. Paragraaf 23 definieert materiële informatie als alles wat, indien weggelaten of verduisterd, "redelijkerwijs kan worden verwacht" om beslissingen van gebruikers te beïnvloeden, en paragraaf 24 bevestigt dat niet-materiële openbaarmakingsvereisten niet hoeven te worden gerapporteerd.

De top-down optie biedt een praktisch startpunt. Paragraaf 27 stelt bedrijven in staat om een materialiteitsconclusie op onderwerpenniveau te bereiken met behulp van hun strategie, bedrijfsmodel en geografische gebieden, waarbij AR 8 deze benadering bevestigt.

ESRS 1 breidt ook de flexibiliteit in hoe informatie is gestructureerd uit. AR 10 staat geografische analyse toe op elk niveau dat relevant is voor het bedrijf.

Gegevensverwachtingen zijn vereenvoudigd. Paragraaf 32 vereist alleen "redelijk en onderbouwd bewijs" zonder buitensporige kosten of inspanning, en AR 12 specificeert dat bedrijven "niet verplicht zijn om een uitputtende zoektocht naar informatie uit te voeren". Paragraaf 34 staat het gebruik van sector- of regionale gegevens voor waardeketenanalyse toe.

Eerlijke presentatie wordt versterkt. Het factsheet benadrukt een "expliciete nadruk op eerlijke presentatie", en ESRS 1 staat het gebruik van interne verwijzingen en bijlagen toe om duplicatie te beperken.

ESRS 2: Algemene openbaarmakingen

ESRS 2 beschrijft de openbaarmakingen die voor elk bedrijf gelden, ongeacht welke onderwerpen materieel zijn. De gewijzigde versie consolideert vereisten, verwijdert duplicatie over thematische normen en verduidelijkt welke informatie daadwerkelijk in de duurzaamheidsverklaring moet verschijnen. De belangrijkste hoogtepunten zijn:

  • Mensenrechtenbeleid verplaatst naar ESRS 2 als een cross-cutting openbaarmaking
  • Gestroomlijnde strategie-, governance- en IRO-secties
  • Vereenvoudigde Algemene Openbaarmakingsvereisten voor beleid, acties, meetwaarden en doelen
  • Duidelijkere verwachtingen voor hoe bedrijven betrokkenheid, herstel en belangrijke acties beschrijven
  • Verlichtingen en fase-ins voor verwachte financiële effecten
  • Meer flexibiliteit om duplicatie te vermijden en interne verwijzingen te gebruiken

ESRS 2 functioneert als de kernset van openbaarmakingen die universeel van toepassing zijn. De norm bevestigt dat de informatie in ESRS 2 "fundamenteel van aard is en daarom waarschijnlijk zal resulteren in materiële informatie voor alle ondernemingen" (AR 11).

Governance- en strategieopenbaarmakingen zijn verminderd. Het factsheet merkt op dat de granulariteit in GOV 1 en GOV 2 is verminderd en dat er minder detail is in SBM-1 over het bedrijfsmodel. Verwachtingen voor betrokkenheid in SBM 2 zijn ook vereenvoudigd, met de focus op belangrijke belanghebbenden.

Informatie over impact, risico's en kansen is nu duidelijker gestructureerd. SBM 3 behandelt hoe IRO's interageren met strategie en bedrijfsmodel, terwijl de gedetailleerde beschrijving van IRO's zelf in IRO 2 staat. Verschillende datapunten zijn verwijderd om de algehele stroom te vereenvoudigen.

Algemene Openbaarmakingsvereisten voor beleid, acties, meetwaarden en doelen (GDR P, A, M en T) zijn geconsolideerd. ESRS 2 verwijdert overlappende instructies uit thematische normen en introduceert een enkele set verhalende verwachtingen. Het factsheet vermeldt dat deze vereisten "vereenvoudigd zijn door onnodige overlap met thematische normen te verwijderen".

ESRS 2 past ook de verwachtingen rond verwachte financiële effecten aan. Kwantitatieve informatie blijft vereist, maar met fase-ins tot 2029 en aanvullende verlichting in lijn met IFRS S1.

Over het geheel genomen biedt ESRS 2 bedrijven een duidelijkere en consistentere basis voor de duurzaamheidsverklaring, vermindert herhaling en richt de aandacht op de informatie die ten grondslag ligt aan alle ESRS-rapportage.

Milieunormen (ESRS E1-E5)

ESRS E1: Klimaatverandering

ESRS E1 stelt de eisen voor het openbaar maken van klimaatimpact, risico's, kansen en voortgang. De gewijzigde standaard herstructureert de openbaarmaking van transitieplannen, verbetert de afstemming met IFRS S2 en het Greenhouse Gas Protocol en verduidelijkt verschillende belangrijke metrics. De belangrijkste punten zijn:

  • Duidelijkere structuur voor openbaarmaking van transitieplannen
  • Afstemming met IFRS S2 over aannames, afhankelijkheden en veerkracht
  • Geen verplichting om een transitieplan te hebben, maar verplichte openbaarmaking als er geen bestaat
  • Expliciete GHG Protocol-verwijzingen voor scope 2 en scope 3 grenzen
  • Verlichtingen en gefaseerde invoering voor verwachte financiële effecten en moeilijke metrics
  • Vastgelegde emissies expliciet opgenomen
  • Bijgewerkte richtlijnen over doelen, 1,5 graden afstemming en netto nul

De openbaarmaking van het transitieplan in ESRS E1 beschrijft wat een plan moet omvatten, inclusief doelen, acties en hoe het plan in lijn is met klimaatneutraliteit. Als een bedrijf geen transitieplan heeft, vereist ESRS E1 een verklaring hierover en een indicatie of er in de toekomst een wordt verwacht.

Openbaarmakingen over klimaatimpact, risico's en veerkracht zijn heringericht. ESRS E1 brengt deze dichter bij IFRS S2 en bevestigt dat scenarioanalyse vrijwillig is, terwijl bedrijven nog steeds moeten uitleggen hoe ze veerkracht beoordelen wanneer klimaatrisico's materieel zijn.

Emissierapportage is verduidelijkt. ESRS E1 specificeert de grens voor scope 1, scope 2 en scope 3 emissies en vereist dat bedrijven het Greenhouse Gas Protocol scope 2 en scope 3 standaarden overwegen bij het opstellen van inventarissen.

Doelstellingen worden verfijnd. ESRS E1 actualiseert de vereisten rond basisjaren, behoudt de verwachting van 1,5 graden afstemming en herintroduceert netto nul richtlijnen. Verlichtingen en gefaseerde invoering zijn van toepassing op verwachte financiële effecten, waarbij kwantitatieve elementen niet onmiddellijk vereist zijn.

ESRS E2: Vervuiling

ESRS E2 behandelt emissies naar lucht, water en bodem, inclusief microplastics en gevaarlijke stoffen. De gewijzigde standaard verduidelijkt wat moet worden gemeten en welke bedrijven onder de meer gedetailleerde chemische rapportagevereisten vallen. De belangrijkste punten zijn:

  • Microplastics nu expliciet: Kwantitatieve openbaarmaking voor primaire microplastics en kwalitatief voor secundaire microplastics
  • Duidelijkere identificatie van verontreinigende stoffen: Gebruik van E PRTR en IEPR drempels bij het beoordelen van materiële verontreinigende stoffen
  • Meer gerichte SoC en SVHC metrics: Niet-chemische ondernemingen rapporteren alleen over SVHC; SoC rapportage is van toepassing op chemische ondernemingen met gefaseerde invoering
  • Slankere vereisten voor beleid en acties: Narratieve verwachtingen afgestemd op ESRS 2

ESRS E2 omvat nu primaire en secundaire microplastics direct in de E2-4 metrics openbaarmaking. Bedrijven moeten hoeveelheden van primaire microplastics die worden geproduceerd, gebruikt of direct vrijgegeven rapporteren, terwijl secundaire microplastics alleen kwalitatieve informatie vereisen.

Voor verontreinigende stoffen wijst ESRS E2 bedrijven op het Europees Register voor de Uitstoot en Overdracht van Verontreinigende Stoffen en de Industriële Emissies Portaalverordening om te helpen bepalen welke verontreinigende stoffen materieel zijn, met hun drempelwaarden als referentiepunten.

Stoffen van zeer hoge zorg en stoffen van zorg worden behandeld via E2-5. Rapportage voor niet-chemische ondernemingen is beperkt tot stoffen van zeer hoge zorg, terwijl de bredere metric voor stoffen van zorg alleen van toepassing is op chemische ondernemingen en onderhevig is aan gefaseerde invoering.

Beleid, acties en doelstellingen in ESRS E2 vertrouwen nu op de algemene openbaarmakingsstructuur in ESRS 2, wat herhaling vermindert en de narratieve last verkleint.

ESRS E3: Water

ESRS E3 beschrijft hoe bedrijven rapporteren over watergebruik, watergerelateerde risico's en waterimpact. De gewijzigde standaard verduidelijkt de reikwijdte van water, scherpt de focus op gestresste locaties en vereenvoudigt de vereiste metrics. De belangrijkste punten zijn:

  • Sterkere focus op gebieden met waterstress
  • Kernmetrics voor onttrekking, lozing, consumptie, hergebruik en opslag
  • Duidelijkere definities voor waterstress, waterschaarste en watergerelateerde risico's
  • Optionele uitsplitsing waar geografie verschillen in impact veroorzaakt
  • Duidelijkere koppelingen naar klimaat, biodiversiteit en sociale onderwerpen

ESRS E3 verduidelijkt de reikwijdte van water door het te definiëren als inclusief zoetwater evenals andere typen zoals brak water, zeewater en water van derden.

De standaard legt meer nadruk op locatie-specifieke context. Methodologische richtlijnen leggen uit hoe te bepalen of een gebied waterstress heeft en bevestigen dat bedrijven waterinformatie moeten uitsplitsen of aggregeren om overeen te komen met de geografie van hun impact.

Metrics zijn vereenvoudigd. Wateronttrekking en waterlozing zijn verplicht, ondersteund door methodologische richtlijnen over berekening en eenheden, terwijl de waterintensiteitsmetric is verwijderd.

ESRS E3 verduidelijkt ook hoe water samenhangt met andere ESRS onderwerpen. De standaard merkt op dat watergebruik, klimaatimpact en biodiversiteitsimpacten met elkaar verbonden zijn en consistent moeten worden beoordeeld, vooral in gebieden met hoge impact. 

ESRS E4: Biodiversiteit en ecosystemen

ESRS E4 behandelt hoe bedrijven hun impact op soorten, habitats en ecosystemen rapporteren. De gewijzigde versie beperkt wanneer een transitieplan moet worden openbaar gemaakt, verduidelijkt belangrijke locatie-gebaseerde concepten en consolideert metrics. De belangrijkste punten zijn:

  • Openbaarmaking van transitieplan vereist alleen wanneer een biodiversiteitsplan al bestaat en openbaar is
  • Afstemming met het Kunming Montreal Global Biodiversity Framework
  • Duidelijkere definities van biodiversiteit gevoelige gebieden en het invloedgebied
  • Geconsolideerde metrics gericht op materiële biodiversiteitsimpacten
  • Sterkere koppelingen naar klimaat, water en getroffen gemeenschappen

De vereiste voor een transitieplan is voorwaardelijk. ESRS E4-1 is alleen van toepassing als het bedrijf een biodiversiteitstransitieplan heeft en de belangrijkste kenmerken openbaar heeft gemaakt. Het doel is om te beschrijven hoe het bedrijfsmodel in lijn is met het Global Biodiversity Framework.

Locatieconcepten worden verduidelijkt. ESRS E4 introduceert een definitie van "invloedgebied" om te bepalen wanneer een locatie zich in of nabij een biodiversiteit gevoelig gebied bevindt, met gebruik van bufferafstanden op basis van regelgeving, wetenschappelijke aanbevelingen of branche best practices.

Metrics zijn gestroomlijnd. E4-5 consolideert locatie-specifieke biodiversiteitsopenbaarmakingen: bedrijven rapporteren de locaties van materiële impacten, de gerelateerde gevoelige gebieden en de activiteiten die die impacten veroorzaken.

Richtlijnen voor het stellen van doelen zijn versterkt. Biodiversiteitsdoelen moeten wetenschappelijk onderbouwd zijn, in lijn met ecologische drempels en bijdragen aan het Global Biodiversity Framework. Ze kunnen worden vastgesteld op locatie-, landschap- of bedrijfsniveau, afhankelijk van de invloed.

ESRS E5: Grondstofgebruik en circulaire economie

ESRS E5 richt zich op hoe bedrijven materialen gebruiken, producten ontwerpen en afval beheren. De gewijzigde versie scherpt de rol van belangrijke materialen aan, vereenvoudigt in- en uitstroommetrics en voegt een nieuwe transparantievereiste toe over afvalbestemmingen. De belangrijkste punten zijn:

  • Vereenvoudigde structuur rond "belangrijke materialen", nu een gedefinieerd concept
  • Duidelijkere openbaarmaking van secundaire (gerecyclede en teruggewonnen) materialen
  • Nieuwe metric over afval met een onbekende eindbestemming
  • Productcirculatie-attributen, inclusief een ontworpen recycleerbaarheidspercentage
  • Afstemming met Europese Unie circulaire economie en productregels

Belangrijke materialen vormen de basis van grondstofinstroommetrics. ESRS E5-4 vereist dat bedrijven materiaalingangen rapporteren per belangrijk materiaal, ter vervanging van de vorige biologische en technische materiaalcategorieën. Secundaire bronnen moeten worden openbaar gemaakt als totaalgewicht of percentage van de totale instroom.

Afvalrapportage is versterkt. E5-5 introduceert een nieuw datapunt voor het aandeel afval met een onbekende eindbestemming, waarmee hiaten in downstream traceerbaarheid worden benadrukt. Bedrijven moeten ook de belangrijke materialen in elke afvalstroom identificeren.

Productcirculatiemetrics zijn uitgebreid. ESRS E5 omvat een ontworpen recycleerbaarheidspercentage voor producten en verpakkingen, gebaseerd op het aandeel materialen dat recyclebaar is.

De standaard weerspiegelt het bredere regelgevingslandschap van de Europese Unie door concepten uit het Europese Unie Actieplan voor Circulaire Economie en relevante productwetgeving te integreren. Dit positioneert ESRS E5 als de schakel tussen grondstofinstromen, productontwerp en afvalresultaten.

Sociale standaarden (ESRS S1-S4)

ESRS S1: Eigen personeel

ESRS S1 behandelt arbeidsvoorwaarden, beloning, dialoog en welzijn van het personeel. De gewijzigde versie verscherpt de rapportage over lonen en beloning, vereenvoudigt verschillende metrics en verduidelijkt wanneer openbaarmakingen van toepassing zijn. De belangrijkste punten zijn:

  • Voldoende lonen nu verankerd in ILO-principes voor een leefbaar loon
  • Onaangepaste loonkloof tussen mannen en vrouwen blijft verplicht
  • Aangepaste loonkloof tussen mannen en vrouwen wordt entiteit-specifiek
  • Duidelijkere verwachtingen voor klachtenmechanismen en herstel
  • Gestroomlijnde personeelsmetrics met verminderde narratieve vereisten

Voldoende lonen worden nu beoordeeld met behulp van de ILO-principes voor het schatten van een leefbaar loon. ESRS S1-9 biedt een keuze tussen twee methodologieën voor niet-Europese Unie-landen en vereist dat bedrijven de benchmark die ze hebben gebruikt openbaar maken voor transparantie en vergelijkbaarheid.

Rapportage over loonkloof is aangescherpt. ESRS S1-15 houdt de onaangepaste loonkloof tussen mannen en vrouwen verplicht en verduidelijkt hoe deze moet worden berekend. De standaard bevestigt ook dat een aangepaste loonkloof kan worden verstrekt als entiteit-specifieke informatie ter aanvulling op het verplichte cijfer.

Klachtenkanalen en herstelverwachtingen zijn geconsolideerd over S1-S4. Het factsheet legt uit dat eerdere openbaarmakingsvereisten over betrokkenheid, kanalen en herstel zijn samengevoegd en vereenvoudigd, met verschillende datapunten verwijderd.

Personeelsmetrics zijn gestroomlijnd. ESRS S1-5 en S1-7 gebruiken een herziene significantiedrempel gebaseerd op de tien grootste operationele landen, met een de minimis van vijftig werknemers per land. ESRS S1-6 vermindert niet-werknemersinformatie tot een enkel essentieel datapunt, dat alleen van toepassing is wanneer niet-werknemers cruciaal zijn voor het bedrijfsmodel.

Deze veranderingen verminderen onnodige detaillering terwijl de kernmetrics voor beloning, lonen en werknemersbescherming centraal blijven in ESRS S1.

ESRS S2: Werknemers in de waardeketen

ESRS S2 behandelt impacten op werknemers die niet door het bedrijf in dienst zijn, maar in de opwaartse of neerwaartse waardeketen opereren. De gewijzigde standaard vermindert de narratieve belasting en concentreert zich op materiële mensenrechtenrisico's. De belangrijkste punten zijn:

  • Meer gerichte beleids- en actiepunten over opwaartse en neerwaartse impacten
  • Duidelijkere verwachtingen voor klachtenkanalen en herstel
  • Sterkere nadruk op afstemming met UNGP en OESO due diligence standaarden
  • Minder datapunten, met strakkere verwachtingen waar risico's materieel zijn

S2 definieert werknemers in de waardeketen breed, inclusief werknemers van leveranciers, uitbestede werknemers op bedrijfslocaties en werknemers die dieper in de toeleveringsketen inputs winnen of verwerken.

Beleid in S2-1 vereist dat bedrijven uitleggen hoe hun beleid materiële impacten aanpakt, inclusief of ze mensenhandel, gedwongen arbeid en kinderarbeid dekken, en of er een leverancierscode van gedrag is.

S2-2 en S2-3 combineren betrokkenheid, klachtenmechanismen en herstel. Bedrijven moeten beschrijven hoe werknemers in de waardeketen zorgen kunnen uiten en hoe hun input preventie, mitigatie en herstel informeert.

Doelen in S2-4 kunnen kwalitatief of kwantitatief zijn en moeten koppelen aan acties en betrokkenheid.

Over S1 tot S4, de vereenvoudigde ESRS sociale architectuur voegt veel narratieve datapunten samen en verwijdert ze, terwijl het verduidelijkt dat openbaarmakingen alleen van toepassing zijn waar het onderwerp materieel is.

ESRS S3: Getroffen gemeenschappen

ESRS S3 behandelt impacten op gemeenschappen die verbonden zijn met de activiteiten of waardeketen van het bedrijf. De gewijzigde standaard verscherpt definities, versterkt koppelingen naar mensenrechtenkaders en vereenvoudigt openbaarmakingen. De belangrijkste punten zijn:

  • Duidelijkere verankering in internationale mensenrechteninstrumenten
  • Scherpere verwachtingen voor betrokkenheid met gemeenschappen, inclusief inheemse volkeren en FPIC
  • Klachtenmechanismen afgestemd op UNGP effectiviteitscriteria
  • Preciezere definitie van mensenrechtenincidenten, met aggregatie toegestaan
  • Doelen gestroomlijnd via ESRS 2

S3 is alleen van toepassing wanneer getroffen gemeenschappen een materieel onderwerp zijn. De standaard verwijst direct naar de Internationale Verklaring van de Rechten van de Mens, de UN Guiding Principles en de OESO-richtlijnen, en positioneert deze kaders als de basis voor het identificeren van impacten en het ontwerpen van reacties.

Betrokkenheidseisen in S3-2 richten zich op hoe gemeenschappen deelnemen aan besluitvorming. Waar inheemse volkeren betrokken zijn, moeten bedrijven openbaar maken hoe vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming wordt gerespecteerd.

Klachtenkanalen moeten worden beschreven, inclusief hoe hun effectiviteit wordt beoordeeld tegen UNGP-criteria.

Mensenrechtenincidenten worden nauw gedefinieerd als onderbouwde gevallen die verband houden met internationaal erkende rechten, met voorbeelden zoals landrechten of FPIC-geschillen. Bedrijven mogen gevallen per type of geografie aggregeren in plaats van ze individueel op te sommen.

S3-4 koppelt aan ESRS 2 voor doelen. Doelen kunnen kwalitatief of kwantitatief zijn, maar moeten de betrokkenheid met getroffen gemeenschappen weerspiegelen.

ESRS S4: Consumenten en eindgebruikers

ESRS S4 behandelt impacten op mensen die de producten of diensten van een bedrijf gebruiken. De gewijzigde standaard vermindert narratieve details, scherpt verwachtingen voor klachtenkanalen aan en houdt incidentrapportage gefocust en op materialiteit gebaseerd. De belangrijkste punten zijn:

  • Vereenvoudigde rapportage over veiligheid, inclusie en informatiegerelateerde impacten
  • Duidelijkere vereisten voor klachtenkanalen en benaderingen van herstel
  • Gestroomlijnde narratieven, met expliciete incidentrapportage behouden waar materieel

S4 is alleen van toepassing wanneer consumenten of eindgebruikers materiële impacten ondervinden. De standaard weerspiegelt de S1–S4 sociale architectuur, met openbaarmakingen over beleid, betrokkenheid en herstel, acties en doelen afgestemd op ESRS 2.

S4-1 vereist dat bedrijven uitleggen hoe hun beleid product- of dienstgerelateerde impacten aanpakt, inclusief veiligheid, toegankelijkheid en verantwoordelijke marketing. S4-2 combineert betrokkenheid en klachtenmechanismen, waarbij bedrijven moeten beschrijven hoe consumenten zorgen kunnen uiten en hoe de effectiviteit van herstel wordt beoordeeld. Deze bepalingen weerspiegelen de vereenvoudigde sociale structuur die is geïntroduceerd over S1–S4.

Incidentrapportage blijft expliciet. Materiële incidenten zoals misleidende marketing, onveilige producten of schendingen van consumentenrechten moeten nog steeds worden openbaar gemaakt, met het concept van een "mensenrechtenincident" afgestemd op de verduidelijkte definitie die is geïntroduceerd over S2–S4: onderbouwd, gekoppeld aan internationaal erkende rechten en beoordeeld op basis van ernst.

Doelen in S4-4 volgen ESRS 2 en kunnen kwalitatief of kwantitatief zijn. Ze worden verwacht de betrokkenheid met consumentengroepen of hun vertegenwoordigers te weerspiegelen, zodat acties en prestatiemaatstaven betrekking hebben op de specifieke geïdentificeerde impacten.

Governance standaard (ESRS G1)

ESRS G1: Zakelijk gedrag

ESRS G1 stelt verwachtingen voor ethische zakelijke praktijken, inclusief corruptie, omkoping, leveranciersgedrag en politieke betrokkenheid. De gewijzigde standaard vermindert het aantal datapunten en stemt de structuur af op het format van beleid, acties en doelen dat wordt gebruikt in de ESRS. De belangrijkste punten zijn:

  • Slankere openbaarmakingen over corruptie en anti-omkoping
  • Meer flexibiliteit op leveranciers ESG-verwachtingen en gedragscodes
  • Geen gestandaardiseerde metric voor late betalingen voor MKB, met entiteit-specifieke openbaarmaking wanneer materieel
  • Duidelijkere vereisten voor politieke invloed en lobby openbaarmakingen
  • Verminderd aantal datapunten in het algemeen

G1-1 tot G1-3 zijn heringericht om het ESRS beleid-acties-doelen benadering te weerspiegelen. Dit verwijdert gedetailleerde datapunten en concentreert openbaarmakingen op leveranciersrelaties, corruptie, omkoping en klokkenluiden terwijl ze verbonden blijven met materiële impacten, risico's en kansen.

Corruptie- en omkopingsmetrics in G1-4 worden verduidelijkt zodat bedrijven veroordelingen, boetes en sancties binnen een duidelijkere scope rapporteren.

Politieke invloed en lobby openbaarmakingen in G1-5 zijn vereenvoudigd, waarbij de narratieve vereisten worden beperkt en de focus ligt op materiële lobbyactiviteiten en uitgaven.

Openbaarmakingen over late betalingen zijn verminderd. G1-6 verwijdert de vorige gemiddelde betalingstijd metric en biedt in plaats daarvan toepassingsrichtlijnen voor entiteit-specifieke rapportage waar late betalingen aan kleine en middelgrote ondernemingen materieel zijn.

In het algemeen behoudt ESRS G1 kerntransparantieverwachtingen, maar elimineert het veel van de gedetailleerde narratieve rapportage, waardoor bedrijven zich kunnen concentreren op de governancepraktijken die het meest relevant zijn voor hun bedrijfsmodel en belanghebbenderisico's.

ESRS implementatietijdlijn en wat nog kan veranderen

De Gewijzigde ESRS zijn nog geen wet. Op 3 december 2025 leverde EFRAG zijn technisch advies aan de Europese Commissie. De Commissie zal nu een gedelegeerde handeling opstellen om de eerste ESRS-set te herzien, een feedbackproces van een maand uitvoeren en vervolgens de tekst voorleggen aan het Parlement en de Raad voor controle.

Huidige signalen over timing en scope zien er ongeveer zo uit:

  • Gedelegeerde handeling en feedbackvenster: De Commissie streeft ernaar de herziene ESRS gedelegeerde handeling zo snel mogelijk aan te nemen en uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van het Omnibus-pakket. Externe briefings verwachten adoptie rond midden 2026, met toepassing gericht op boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2027 en optionele vroege toepassing voor 2026.

  • Waar de Commissie nog kan aanpassen: De Commissie kan de tekst van EFRAG wijzigen, binnen het Omnibus-mandaat. Commentaar tot nu toe wijst op mogelijke verfijning waar ESRS-verlichtingen en gefaseerde invoeringen interactie hebben met de herziene CSRD scope en tijdlijnen, bijvoorbeeld rond verwachte financiële effecten, waardeketen data en enkele van de langere gefaseerde invoeringen.

  • Richtlijnen en implementatieondersteuning: EFRAG heeft al aangegeven dat het doorgaat met het publiceren van implementatierichtlijnen, Q en A en interoperabiliteitsmateriaal in december 2025. De interoperabiliteitsrichtlijnen met IFRS S1 en IFRS S2 worden verwacht te worden vernieuwd nadat de gedelegeerde handeling definitief is, om de nieuwe transitieplan-, financiële effecten- en GHG-afstemmingsformulering weer te geven.

  • Eerste rapportagejaar dat dit daadwerkelijk beïnvloedt: De Commissie richt zich momenteel op toepassing van de herziene ESRS voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2027, met vrijwillig vroeg gebruik mogelijk voor 2026. Tegelijkertijd vertraagt de "stop de klok"-beslissing CSRD Wave 2 en Wave 3 met twee jaar, dus:

    • Wave 1 (grote beursgenoteerde en andere PIE's die al onder NFRD vallen) blijven rapporteren onder de huidige ESRS, plus de quick fix-verlichtingen van juli 2025, voor 2024 tot 2026, en worden verwacht over te schakelen naar de Gewijzigde ESRS vanaf 2027.

    • Wave 2 (andere grote EU-ondernemingen) rapporteren nu voor het eerst voor boekjaar 2027, in 2028, wat waarschijnlijk direct onder de Gewijzigde ESRS zal zijn in plaats van de oorspronkelijke set van 2023.

    • Wave 3 (beursgenoteerde MKB's) rapporteren nu voor het eerst voor boekjaar 2028, in 2029, ook onder het herziene kader als ze binnen de scope blijven na de CSRD scopereform.

Met andere woorden, de vereenvoudigingen zullen waarschijnlijk niet veranderen wat Wave 1 moet rapporteren voor 2024 tot 2026, maar ze zullen zeer waarschijnlijk het regelboek definiëren voor Wave 2 en Wave 3 eerste keer rapporteurs en voor alle rapporteurs vanaf 2027.

Coolset helpt bedrijven de gewijzigde ESRS efficiënt toe te passen en CSRD-compliant te blijven.

Zie hieronder hoe CSRD-rapportage werkt in het platform van Coolset.

{{product-tour-injectable}}

Veelgestelde vragen

Moeten we de ESRS dubbele materialiteitsanalyse opnieuw doen voor 2026?

Waarschijnlijk wel. De gewijzigde ESRS introduceren een gestroomlijnde, top-down benadering en duidelijkere criteria. Je 2025-analyse moet mogelijk worden bijgewerkt om de nieuwe definities, aggregatie-opties en de expliciete mogelijkheid om niet-materiële onderwerpen weg te laten te weerspiegelen.

Welke ESRS-datapunten blijven verplicht?

Verplichte datapunten zijn met 61% verminderd. Onderwerpopenbaarmakingen zijn nu afhankelijk van materialiteit, terwijl ESRS 2 algemene openbaarmakingen nog steeds van toepassing zijn op alle bedrijven. Vrijwillige datapunten zijn volledig verwijderd.

Is er een lijst van alle gewijzigde ESRS-datapunten?

Ja. Het Coolset-onderzoeksteam heeft het ESRS 2026 spiekbriefje gemaakt, dat een geconsolideerd overzicht biedt van alle gewijzigde ESRS-datapunten. Het toont hoe datapunten zijn gestructureerd over standaarden, artikelen en paragrafen, en helpt bedrijven te begrijpen wat binnen de scope blijft en hoe de vereisten van toepassing zijn op CSRD-rapportage in 2026. Toegang tot het hier.

Hoe beïnvloeden de nieuwe verlichtingen waardeketen data?

Je mag schattingen, sector- of regionale data gebruiken en vertrouwen op informatie die beschikbaar is zonder onredelijke kosten of moeite. Uitgebreide zoekopdrachten zijn niet langer vereist, waardoor upstream en downstream datagaten worden vergemakkelijkt.

Wat vereist "eerlijke presentatie"?

EFRAG benadrukt een complete, evenwichtige, verbonden duurzaamheidsverklaring. Minder checklist-stijl details zijn vereist, maar duidelijker oordeel en consistente documentatie blijven essentieel.

Wat moet ik prioriteren voor 2026?

Werk je materialiteitsanalyse bij, bekijk welke openbaarmakingen nog van toepassing zijn, pas dataprocessen aan voor nieuwe verlichtingen, en stem beleid en metrics af, vooral rond klimaat, lonen, microplastics, belangrijke materialen en mensenrechten.

Access your ESRS 2026 cheat sheet

Get a clear overview of all amended ESRS datapoints and how they apply to CSRD reporting in 2026.

Zie Coolset in actie
Ontdek de belangrijkste functies en gebruiksmogelijkheden van Coolset.
Demo wordt niet ondersteund
op mobiele schermen
Kom alsjeblieft terug op een groter scherm
om deze demo te ervaren.
Dit is een voorbeeldvenster. Klik hieronder om de demo in een groter formaat te zien.
Alle producttours bekijken
See product tour
See product tour
See product tour
See product tour
See product tour

↘ Instantly calculate your CBAM cost impact

Use the free calculator to estimate your Carbon Border Adjustment Mechanism costs for any imported goods. Select your product type, volume and country of origin to see projected CBAM charges and understand how upcoming EU rules will shape your import costs and savings through 2034.

Het toonaangevende ESG-managementplatform voor mid-market enterprises